Klimaat

We maken klimaatimpact meetbaar, rapporteren erover en sturen bij waar nodig. Dit zien we terug in onze inzet voor de energietransitie en reductiedoelen voor CO₂-emissies van onze eigen activiteiten én die in de waardeketen. Maandelijks brengen we intern onze CO₂-footprint in kaart.

Emissie scope 1, 2 en 3 verslagjaar

2025

2024

Referentie-
jaar¹

Scope 1

Directe CO2₂-eq -uitstoot, die wordt veroorzaakt door eigen bronnen binnen onze organisatie.

84 ton

99 ton

214 ton

Scope 2

Indirecte uitstoot van CO₂-eq door gebruik binnen de organisatie, maar welke op een fysiek andere locatie wordt opgewekt op basis van de marktgebaseerde methode.

124 ton

75 ton

187 ton

Scope 3

Indirecte uitstoot van CO₂-eq, veroorzaakt door bedrijfsactiviteiten van een andere organisatie. Dit is de uitstoot door bronnen niet in het bezit van Greenchoice en waar we ook geen directe invloed op kunnen uitoefenen.

1,3 miljoen ton

1,4 miljoen ton

1,8 miljoen ton

  • 1Het referentiejaar voor scope 1 en 2 emissies is 2018. Het referentiejaar voor scope 3 emissies is 2021.

Energieverbruik

Ons energieverbruik vormt de basis voor de berekening van scope 1 en 2 uitstoot. Dit omvat elektriciteit en brandstof en kan worden onderverdeeld in hernieuwbare en niet-hernieuwbare energie.

Hernieuwbaar
(MWh)

Niet-hernieuwbaar
(MWh)

Totaal
(MWh)

Elektriciteit

1.034

-

1.034

Brandstoffen

150

221.634

221.784

Totaal

1.184

221.634

222.818

Alle kantoorpanden nemen groene stroom af. Grijze stroom voor magazijnopslag en laadstroom waarvan de herkomst niet bekend is, vergroenen we door af te boeken uit onze voorraad groencertificaten. Daarom nemen we deze ook op als hernieuwbare elektriciteit.

Brandstoffen omvatten gasverbruik van kantoren en magazijnen, stadswarmte en brandstofverbruik van leaseauto’s, bedrijfswagens en aggregaten. Het aandeel stadswarmte uit hernieuwbare energie bedraagt 23%. Dit percentage is gebaseerd op het meest recent beschikbare warmte-etikel van de leverancier van stadswarmte. 

CO₂-emissies eigen bedrijfsvoering (scope 1 en 2)

Sinds 2018 werken we met een duidelijk plan voor het verlagen van scope 1 en 2 uitstoot. We meten onze CO₂-footprint volgens het Greenhouse Gas Protocol en stellen jaarlijks concrete doelen. We verduurzamen kantoren en moedigen medewerkers aan met het openbaar vervoer te reizen. In principe krijgt iedereen een NS-businesscard voor werk en privé. Er worden enkel uitzonderingen gemaakt voor medewerkers die ver moeten reizen of die voor het uitoefenen van hun functie in aanmerking komen voor een leaseauto. Eind 2025 verhuisden medewerkers in Nijmegen naar een energiezuinig kantoor met energielabel A+.

Onze scope 1 uitstoot komt van gasverbruik in kantoren en brandstof voor ons wagenpark en aggregaten bij de bouw van zonnestroominstallaties. We behaalden in 2025 onze reductiedoelstelling van 71% reductie scope 1 emissies ten opzichte van het referentiejaar 2018. Deze reductiedoelstelling is relatief bepaald, namelijk de totale CO₂ ten opzichte van de ontwikkeling van het aantal FTE's. De emissies daalden doordat we het wagenpark grotendeels elektrificeerden. Bij de aanleg van zonneparken gebruiken we waar mogelijk elektrische aggregaten. Als dat niet kan, kiezen we bewust voor brandstof met een lagere CO₂-uitstoot per liter (HVO).

Voor scope 2 haalden we onze reductiedoelstelling niet. Deze uitstoot komt van de stadsverwarming voor ons kantoor in Rotterdam. Elektriciteitsverbruik in kantoren, aggregaten en wagenpark zorgen niet voor emissies in onze CO₂-footprint volgens de marktgebaseerde methode, omdat we 100% groene stroom uit Nederland gebruiken.

De toename van scope 2-emissies heeft twee oorzaken. Ten eerste steeg de emissiefactor voor stadswarmte door een brand bij een afvalverwerker die warmte levert aan het net. Ten tweede ligt het warmteverbruik hoger door aanpassingen in het klimaatbeheersingssysteem. We kozen in 2025 bewust voor een prettige werkomgeving voor medewerkers boven optimale warmtebesparing.

Bij berekening van onze emissies op basis van de energiemix (locatiegebaseerde methode) zijn wel CO₂-emissies opgenomen voor elektriciteitsverbruik. Hier gaan we namelijk uit van de emissies op basis van de Nederlandse energiemix. Nederland draait nog niet op 100% groene stroom.

2025

2024

Scope 2 uitstoot van CO₂-eq door gebruik binnen de organisatie, maar welke op een fysiek andere locatie wordt opgewekt op basis van de locatiegebaseerde methode (ton CO₂-eq).

390

407

We streven naar een energiesysteem dat 24 uur per dag draait op 100% groene stroom. Daarom investeren we in opwek, opslag en slim energiemanagement. In 2025 versterkten we onze positie door de overname van de Nederlandse ontwikkelactiviteiten voor wind, zon en batterijopslag van het Noorse Statkraft. Meer hierover staat in het artikel  .

Groei van de organisatie leidt tot meer energieverbruik. Daarom drukken we onze emissies ook uit in relatie tot de omzet (zie jaarrekening, noot 22).

2025

2024

Broeikasgasintensiteit (ton CO₂-eq scope 1 en scope 2 locatiegebaseerd per € netto-omzet)

0,0000005

0,0000005

Voor 2026 hebben we als doel onze uitstoot te beperken tot 153 ton CO₂-eq-emissies (109 ton CO₂-eq-scope 1 en 44 ton CO₂-eq scope 2). Om onze directe uitstoot te reduceren, elektrificeren we het wagenpark verder. Bij aanleg van zonneparken gebruiken we elektrische aggregaten waar mogelijk. Als we toch brandstof nodig hebben, kiezen we voor HVO als alternatief voor reguliere diesel om emissies te beperken. De grootste uitdaging is het terugdringen van aardgasverbruik en stadswarmteverbruik van de kantoren.

De door ons gerapporteerde emissies voor scope 1 en 2 zijn de beste inschatting van de werkelijke waarden. Veel gegevens die voor de berekening worden gebruikt zijn gebaseerd op facturen of metingen. Echter voor een aantal kantoren is het werkelijke verbruik voor 2025 niet exact bekend of is er geen sprake van tussenmeters waardoor we een gedeelte van het totaalverbruik toerekenen op basis van gehuurde oppervlakte. 

Indirecte CO₂-emissies (scope 3)

Samen met klanten en partners werken we aan het beperken van opwarming van de aarde. Hierover lees je meer in het artikel Greenchoice maakt het klanten zo makkelijk en aantrekkelijk mogelijk.

Onze scope 3-emissies bestaan uit deze categorieën:

  • Gekochte goederen en diensten: ingekochte goederen en diensten op basis van de geboekte inkoopfacturen (in euro's), voor zover niet al opgenomen in andere categorieën.

  • Kapitaalgoederen: in- en verkochte zonnepanelen aan zakelijke klanten en panelen bij eigen opweklocaties. We corrigeren niet voor panelen die nog niet zijn geplaatst.

  • Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 en 2): inkoop van stroom en gas voor klanten.

  • Zakelijk reizen: omvat reizen met vliegtuigen, treinen, taxi's en privéauto's voor zakelijke doeleinden.

  • Gebruik verkochte producten: verbruik van aardgas en groen gas door onze klanten.

  • End-of-life-verwerking: afval van verkochte zonnepanelen aan het einde van hun levensduur.

Het overgrote deel van onze indirecte CO₂-uitstoot zit in het aardgas dat we leveren aan klanten. Dat verlagen, is ingewikkeld. 

Hierover lees je meer in het interview met Ruben Veefkind, Specialist Duurzaamheid en Natuur bij Greenchoice. 

De emissies per categorie zijn opgenomen in onderstaande tabel. De emissiefactoren voor voorgaande jaren zijn waar nodig aangepast naar aanleiding van correcties in emissiefactoren. We rapporteren enkel emissies voor de categorieën die als materieel zijn aangemerkt. 

2025

2024

Referentiejaar

% t.o.v. referentiejaar

Significante scope 3-emissies

1 Gekochte goederen en diensten

16.268

16.999

15.013

8%

2 Kapitaalgoederen

43.221

55.081

92.340

-53%

3 Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2)

213.819

227.036

99.775

114%

4 Upstreamvervoer en -distributie

-

-

-

-

5 Afval geproduceerd bij activiteiten

-

-

-

-

6 Zakelijk reisverkeer

60

56

30

100%

7 Woon-werkverkeer werknemers

-

-

-

-

8 Upstream geleasede activa

-

-

-

-

9 Downstreamvervoer

-

-

-

-

10 Verwerking verkochte producten

-

-

-

-

11 Gebruik verkochte producten

1.071.494

1.130.884

1.627.619

-34%

12 End-of-life-verwerking verkochte producten

2.011

2.323

5.568

-64%

13 Downstream geleasede activa

-

-

-

14 Franchises

-

-

-

15 Investeringen

-

-

-

Scope 3-emissies

1.346.873

1.432.380

1.840.345

-27%

Onze scope 3 uitstoot daalde met 6% vergeleken met vorig jaar. Ten opzichte van 2021 realiseerden we een reductie van 27%. Daarmee behaalden we onze reductiedoelstelling van 24% in 2025. Het grootste deel van deze uitstoot (ongeveer 95%) komt van aardgas dat klanten verbruiken.

In 2025 daalde het gasverbruik van onze klanten. Deze daling komt door isolering, elektrificering en groeiend energie- en klimaatbewustzijn bij klanten. Ook nam het totale gasvolume af door minder klanten met een gasaansluiting. We streven, rekening houdend met onze groeiambities in klantaantallen, naar 27% reductie van scope 3-emissies in 2026 vergeleken met 2021.

Voor gekochte goederen en diensten berekenen we de CO₂-uitstoot op basis van uitgegeven euro's. We delen onze leveranciers in categorieën in, waarbij elke categorie een eigen emissiefactor heeft.   

Bij het berekenen van de CO₂-impact van afgedankte zonnepanelen (categorie 12, end-of-life-verwerking verkochte producten) werken we met schattingen. We maken een zo goed mogelijke benadering van de gebruikte materialen, maar hebben niet altijd de exacte hoeveelheden. 

Grondslagen voor rapportage broeikasgasemissies

We volgen de internationale standaard broeikasgasemissies: het Greenhouse Gas (GHG) Protocol Corporate Standard (2004). Alle uitstoot drukken we uit in CO₂-equivalenten (CO₂-eq). Voor berekening gebruiken we vooral emissiefactoren van www.co2emissiefactoren.nl (new window). Onderstaande tabel toont welke andere bronnen we gebruiken per activiteit.

Bron emissiefactor

Type emissiefactor

Van toepassing op scope

Categorie binnen scope

Warmte-etiket leverancier¹

Stadswarmte

Scope 2

Warmtelevering

Defra

Op uitgaven gebaseerd

Scope 3

Aangekochte goederen en diensten

Publicatie 'CO2 emissions of silicon photovoltaic modules - impact of module design and production location', Frauenhofer Institutate for Solar Energy Systems ISE, september 2022

Zonnepanelen (Wp)

Scope 3

Kapitaalgoederen

EPD (Environmental Product Declaration) verstrekt door de leverancier

Emissies batterij-opslag

Scope 3

Kapitaalgoederen
Gebruik van verkochte producten
End-of-life verwerking van verkochte producten

  • 1Omdat het definitieve warmte-etiket nog niet beschikbaar is op het moment van opstellen van de scope 2 footprint berekening baseren we ons op het warmte-etiket van het voorgaande jaar als beste inschatting.

In onze geconsolideerde rapportage van scope 1 en 2 nemen we alleen de CO₂-uitstoot mee van bedrijfsonderdelen waar we zeggenschap over hebben. Uitstoot van organisaties waar we belang in hebben maar geen zeggenschap, tellen we niet mee. We kijken naar operationele zeggenschap: kunnen we beleid bepalen en uitvoeren?

Per oktober 2025 voegden we de overgenomen activiteiten van Statkraft toe aan onze footprint. Het gaat om uitbreiding van operationele opweklocaties in lijn met de bestaande activiteiten van Greenchoice Integrated. Daarom herberekenden we het referentiejaar niet. Er waren geen grote veranderingen in onze bedrijfsactiviteiten vergeleken met vorig jaar en ons referentiejaar.

Klimaatrisico's

We voeren systematische klimaatrisicoanalyses uit voor eigen activiteiten én de volledige waardeketen. Deze brengt acute en langetermijnrisico’s in kaart, zoals fysieke schade door extreem weer en transitierisico’s door veranderend beleid en marktdynamiek. Klimaatadaptatie raakt de hele organisatie: bescherming van infrastructuur, veilige arbeidsomstandigheden en klantondersteuning met oplossingen zoals groene daken.

Met scenario-analyses en beleidsmonitoring beoordelen we blootstelling en gevoeligheid van onze activiteiten. Klimaatrisico’s sturen ons risicobeheer én strategische keuzes richting een klimaatbestendige toekomst.

Belangrijkste risico’s staan in hoofdstuk Risicobeheersing. Zowel weersinvloeden als transitierisico’s, zoals veranderende marktvraag en politieke ontwikkelingen, maken deel uit van ons risicomanagement. Ze kunnen op korte en middellange termijn invloed hebben op onze financiële prestaties en bedrijfsvoering.

Energietransitie

Groene stroom is altijd en overal beschikbaar. Dat is onze stip op de horizon. Onze aanpak om dat te realiseren is: besparen, opwekken, verplaatsen en opslaan.

Besparen

We helpen klanten energie besparen door praktische tips en inzicht in verbruik, bijvoorbeeld via maandelijkse overzichten en onze app. In 2025 lanceerden we AI-tool Lumi voor advies op maat over woningverduurzaming. Dankzij realtime verbruiksinformatie, vergelijkingen met andere huishoudens en persoonlijk advies kunnen klanten bewuster omgaan met energie. Zo besparen ze kosten en verkleinen ze hun CO₂-uitstoot.

Opwekken

Al sinds 2016 leveren we consumenten 100% groene stroom uit Nederland. Zakelijke klanten kunnen kiezen voor Nederlandse of Europese groene stroom. Voor consumenten en zakelijke klanten samen, kwam 88% van al onze geleverde elektriciteit in 2025 van Nederlandse bodem (2024: 89%). We kiezen bewust voor diverse energiebronnen. Van lokale windparken tot energiecoöperaties en klanten die zelf groene stroom opwekken. Samen vormen zij een netwerk van honderden producenten bij wie we elektra inkopen. Op momenten dat er geen groene stroom beschikbaar is vergroenen we ingekochte stroom met groencertficaten. 

Door langetermijncontracten met lokale energieproducenten stimuleren we investeringen in opwek van groene stroom. Dat doen we bij kleine én middelgrote wind- en zonneparken. In 2025 namen we 3,5 TWh af. Uitdagende marktomstandigheden beperkten groei. Daardoor ontstonden weinig nieuwe wind- en zonneparken en het aanbod van nieuwe PPAs was beperkt.

Onderstaande tabel geeft de herkomst van opwek uit Power Purchase Agreements (PPAs) als % van het jaartotaal MW weer.

2025

2024

Zon

28%

25%

Wind

64%

66%

Biomassa

8%

9%

Om groene stroom op elk moment te kunnen leveren, moet het productievolume verder toenemen. We blijven zoeken naar nieuwe samenwerkingen en innovatieve oplossingen om ons doel van 4,25 TWh in 2026 te halen. Zo werken we stap voor stap naar onze langetermijndoelstelling: 76% van de geleverde energie realtime groen in 2030.

Daarnaast investeren we in ontwikkeling van batterij-, zonne- en windprojecten in volledig eigendom en via participaties. Per 31 december 2025 hebben we 274 MW vermogen in eigen beheer: Batterij 30 MW, Wind 24 MW, Zon 220 MW. Met de acquisitie van Statkraft breidden we vermogen uit, zowel operationeel (120 MW) als potentieel met te ontwikkelen projecten.

Verplaatsen

Een goede balans van vraag en aanbod vraagt om innovatie en gedragsverandering. We stimuleren slim energiegebruik met bijvoorbeeld dynamische energiecontracten. Deze passen tarieven aan op basis van actueel aanbod. Klanten zien via de Greenchoice Energie Manager wanneer groene stroom het voordeligst is. Zo besparen ze op hun energierekening én dragen ze bij aan de energietransitie.

Opslaan en regelen

We ontwikkelen oplossingen om groene stroom beschikbaar te maken als de zon niet schijnt of de wind stil valt. Deze oplossingen zetten we ook in bij veel opwek, zodat we kunnen afschakelen bij overschot. Hiermee houden we de energieprijzen stabieler.

KPI’s

2025

2024

Flex vermogen (MWp)

1.419

1.003

Het flexibel vermogen is het gecontracteerde piekvermogen van locaties waar we groene stroom kunnen opslaan en aansturen. Dit omvat zowel eigen locaties als opwekintallaties en opslag van derden. We gebruiken geavanceerde technologie om opwekinstallaties aan te sturen op basis van realtime data. Het weergegeven vermogen wordt gegenereerd onder ideale omstandigheden. Werkelijke vermogen hangt af van weersomstandigheden en technische mogelijkheden om af of op te schalen en op te slaan. We rapporteren over vermogen dat we actief kunnen inzetten per 31 december.

Afgelopen jaar realiseerden we ruim 400 MW aanvullend flexibel vermogen. We behaalden daarmee ruim onze doelstelling voor een totaal flexibel vermogen van 1.200 MW in 2025. Door ervaring van afgelopen jaren konden we in 2025 meer locaties aansluiten. We bieden nu ook flexdiensten bij kleinere zonproducenten. De kortere doorlooptijd voor onboarding van nieuwe locaties helpt hierbij. We streven naar verdere groei in 2026 met een doelstelling van 1.650 MW.

Ook komende jaren zetten we ons in op voldoende opwek van hernieuwbare energie voor de groeiende vraag, bijvoorbeeld voor warmtepompen en elektrische auto’s. We richten ons op effectief gebruik van beschikbare groene stroom, bijvoorbeeld door opslag in batterijen. Zo is er ook energie als het niet waait of de zon niet schijnt.

Deel deze pagina: